De basis voor het Mandala tekenen

Tony van der Linden

Het construeren van de cirkel

In elke module wordt precies aangegeven hoe de cirkel geconstrueerd dient te worden voor de betreffende opdracht.

Hieronder zie je hoe je de meest eenvoudige mandala basis kun maken met passer en liniaal

Wat je hiervoor nodig hebt

  • Tekenplankje 40 x 40 cm
  • Tekenvel 30 x 30 cm
  • Grafietpotlood grijs HB
  • Passer
  • Liniaal
  • Puntenslijper
  • evt. Gum
  • Neem een tekenvel van 30 x 30 cm.
  • Gebruik een HB potlood voor het tekenen van het ontwerp.
  •  Teken heel zachtjes, dan kun je de hulplijnen straks goed uitgummen.
  • Bepaal het midden van het tekenvel. Dit kun je op 2 manieren doen:
    1e manier –  Leg je liniaal langs de bladrand en zet op precies in het midden (=15 cm) een stipje op het tekenvel. Doe dat ook op de tegenoverliggende kant van het tekenvel. Leg je liniaal tussen deze punten. Geen lijn trekken! Zorg dat de 0 precies op de bladrand ligt. Zet dan een puntje op 15 cm. Dat is het midden. Dit zie je op de foto hierboven.
    2e manier – Leg je liniaal diagonaal van punt naar punt op het tekenvel. Meet de afstand (= 42,4 cm). Zet een stipje op 21,2 cm. Dat is het midden. Dit lukt alleen als je een liniaal hebt van minstens 50 cm.
  • Neem de passer en meet een afstand af. Dit doe je door de punt van de passer op de 0 van de liniaal te zetten en de potloodpunt op de gewenste afstand. 
  • Zet de punt van de passer op het middelpunt van het tekenvel en trek de passerpunt rond. Dit gaat het beste door de passer een beetje te ‘slepen’. Zorg dat de passerpunt goed in het papier staat, anders schiet het makkelijk weg. 
  • Wanneer je de cirkel in parten wilt verdelen maak je een gelijkmatige verdeling over de cirkelrand (bijv. 4, 6, 8 of 9) en dan trek je met de liniaal lijnen vanaf het middelpunt naar deze verdeling.
  • Als je de cirkel in ringen wilt verdelen zet je de passer op de betreffende afstanden en trek je nog meer cirkels vanuit het middelpunt.