Potloden, puntenslijper, gummen, e.d.

  • Grafietpotlood HB
    Dit potlood gebruik je om je tekening op te zetten. Het is goed weg te gummen, zodat je geen resterende lijnen op je papier overhoudt. Het is een iets hard potlood, dus let er wel op dat je niet te hard op het potlood drukt tijdens het tekenen, want dan ontstaat er een groefje in het papier, wat later wil blijft.

  • Grafietpotlood 3B
    Dit zachte potlood is geschikt om mee te schaduwen. Het is een fijn zacht potlood, zodat je de schaduw mooi kan laten verlopen met een doezelaar.

  • Kleurpotloden
    Een goed kwaliteitkeurpotloden is bijna het belangrijkste bij het maken van een mandala. Het is fijn als je een zacht en íets vettig potlood hebt, dan kun je de kleuren mooi mengen als je ze in laagjes opbrengt. Er zijn veel goede merkpotloden te koop. Vaak geldt: hoe duurder hoe beter. Zelf vind ik de Stockmar potloden (Waldorf) van een goede prijs/kwaliteit verhouding.

  • Pastelpotloden
    Met pastelpotloden kun je de kleur zachtjes uitwrijven en laten uitvloeien. Dat kan bij sommige thema’s een heel mooi effect geven. Je hebt ze niet echt nodig, maar leuk om er evt. bij te hebben.

  • Doezelaars
    Met een doezelaar kun je zachte materialen mooi laten verlopen op het papier van zacht naar nog zachter. Doezelaars werken fijn met zachte grafietpotloden, pastelpotloden en met houtskool.
    Je hebt ze in verschillende maten.
  • Puntenslijper
    Kies een puntenslijper waar je potlood goed in past. Als je potlood in de puntenslijper gaat wiebelen krijg je een scheve punt en in het ergste geval breekt de punt telkens af. Vooral bij de zachte potloden is een passende puntenslijper een must. 
    Bovendien moet je puntenslijper goed scherp zijn. Voor mijn Stockmar potloden gebruik ik een tonnetje, waarmee het slijpsel meteen wordt opgevangen. Voor mijn zachte dunne potloden gebruik ik een ijzeren puntenslijper met 2 verschillende gaten, eentje voor een korte punt en eentje voor een lange punt.
  • Gum
    Je hebt in ieder geval een gewoon zacht wit 
    standaard gum nodig. 
    Daarnaast is een dikker of dunner potloodgum superhandig. 
    Een dikker potloodgum kun je door de koker heen en weer schuiven. Niet te ver, want dan breekt het snel.
    Dunne potloodgummen vind ik ideaal. De punt van zo’n gum is ongeveer zo groot als een potloodpunt en je kunt het ook met een puntenslijper aanslijpen om hem weer scherp te maken. Omdat de punt zo fijn is kun je precies de lijntjes weggummen die weg moeten en gum je niet meteen de hele omgeving mee weg. Vooral bij mandala tekenen gebruik je vaak hulplijnen die je later wilt verwijderen. Daar is dit heel fijn voor.

  • Een kneedgum is handig om overtollig pigment weg te deppen. Daarmee hoef je niet te wrijven. Vooral fijn als je iets te dik hebt gekleurd.

  • Vegertje
    Een vegertjes gebruik je om het ‘gumsel’ dat na het gummen achterblijft van je tekenvel te vegen. Als je dat met je hand doet veeg je vaak het pigment van je grafietpotlood of kleurpotlood over je tekenvel, waardoor het smoezelig wordt. Met een vegertje voorkom je dat. 
    Je kunt daarvoor een speciaal vegertje gebruiken, maar ook een grote waaierkwast of een flanellen doekje kunnen goed dienst doen hiervoor.

  • Een beschermvel
    Als je aan het kleuren bent rust je hand vaak op je tekening, op het deel waar je al hebt gewerkt. Je hand veegt de kleuren dan over je tekenvel, ook op plaatsen waar je dat niet wilt en dan wordt het smoezelig op de plekken die wit moeten blijven. Als je je hand op een beschermvel legt blijft je tekening mooi schoon.
    Zo’n beschermvel kan een printervelletje zijn. 
    Wat ook heel handig is, is een plastic insteek L mapje wat je losknipt. Dan heb je twee plastic velletjes, waarvan je er één gebruikt om je hand op te leggen. Het voordeel daarvan is dat je je tekening erdoorheen kunt blijven zien.